‘Vanuit de gemeente Groningen werk ik bij Het Noorden werkt door. Samen met andere gespecialiseerde coaches help ik mensen met een vorm van neurodiversiteit bij het vinden van werk, waar zij hun unieke talenten kunnen inzetten. Een diagnose is niet nodig. Met elke hulpvraag op het gebied van werk en scholing ben je welkom. Jobcoaching is altijd maatwerk. We hebben allemaal een eigen talentenprofiel met pieken en dalen van zaken waar we goed en minder goed in zijn. Bij een neurodivergent persoon is dit profiel vaak grilliger. Denk aan een vlijmscherp oog voor detail en direct een ander zijn emotie kunnen peilen, maar ook aan prikkelgevoeligheid en moeite met het aanvoelen van sociale grenzen.’
Een veilige werkomgeving
‘Ieder brein is anders en daardoor heeft iedereen zijn eigen voorkeuren en behoeftes. Waar de meeste mensen goed uit de voeten kunnen in de gemiddelde werkomgeving, kost het neurodivergente mensen vaak extra moeite. Met kleine aanpassingen is dit doorgaans goed te verhelpen, maar je moet daarover wel het gesprek aangaan. Daarvoor is het ontzettend belangrijk dat je je veilig voelt. Dat je niet bang hoeft te zijn voor onbegrip, voor stereotype denkbeelden. Jammer genoeg lopen veel neurodivergente mensen daar wel tegenaan. Werkgevers kunnen daar beter op inspelen. Dat komt iedereen ten goede, want álle werknemers hebben baat bij een veilige werkomgeving, waarin ze zich goed voelen. Naast veiligheid zijn zelfkennis en zelfacceptatie van groot belang. Alleen als je jezelf en je eigen behoeftes goed kent en accepteert, kun je ze aangeven bij de ander en kan hij je daarbij helpen. Daarom helpen we bij het Noorden werkt door mensen allereerst om hun behoeftes in kaart te brengen en om deze te verwoorden.’
Het begint bij jezelf terugvinden
‘Zelfacceptatie is doorgaans de moeilijkste stap. De maatschappij, je docenten en je sociale omgeving hebben vaak verwachtingen opgelegd. Veel neurodivergente mensen zijn al hun hele leven bezig om zich daaraan aan te passen. Dat kost veel energie, zorgt voor frustratie en tot het steeds verder kwijtraken van jezelf. Daarom gaan we eerst terug naar de kern. Vandaaruit kijken we opnieuw naar iemands talenten en behoeftes, en daarna naar het werk en de werkomgeving die daarbij passen. Heeft iemand werk, dan proberen we dat aan te passen. In andere gevallen zoeken we een andere werkplek, waar iemand goed zijn bijdrage kan leveren. In de praktijk noemen we neurodivergente mensen ook wel ‘kanskijkers’. Ze kijken anders naar de wereld en zien kansen die anderen missen. Is daar in een organisatie geen ruimte voor, dan ontneem je jezelf waardevolle inbreng. Want openheid, diversiteit en inclusie dragen sterk bij aan een hoge innovatie, laag ziekteverzuim, hoge opbrengsten én werkgeluk.’

